Opleiding tot literair vertaler
Amsterdam
Engels
Gerda Baardman is literair vertaler en zit al 27 jaar in het vak. Ze vertaalde o.a. A.S. Byatt, Margaret Atwood, James Salter, Jonathan Safran Foer, Yann Martel, Helen DeWitt, James Ellroy, Tom Wolfe, Jonathan Franzen, T.C. Boyle, Douglas Coupland, A.M. Homes, Dave Eggers en Michael Chabon. Ze werkt vaak samen met vertaler Tjadine Stheeman.
Peter Bergsma (1952) studeerde aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam. Vanaf 1977 vertaalde hij een zeventigtal boeken van onder anderen J.M. Coetzee (13 titels),William Faulkner, John Fowles, John Hawkes, Ernest Hemingway, Malcolm Lowry, Les Murray, Vladimir Nabokov, Thomas Pynchon, Mark Twain en John Updike.Van 1983 tot 1997 werkte hij als freelance vertaler en eindredacteur bij de vertaalafdeling van respectievelijk de NOS en het NOB, en sinds 1997 is hij directeur van het Vertalershuis in Amsterdam. Hij was van 1996 tot 2000 voorzitter van CEATL, het netwerk van Europese vertalersverenigingen, en is sinds 2004 voorzitter van RECIT, het netwerk van Europese vertalershuizen.
Paul Bruijn heeft een lange carrière in ondertitelland achter de rug (vertalen en eindredactie), maar na vijftien jaar heeft hij de koptelefoon aan de zendmast gehangen en zich volledig gestort op het literair vertalen. Met Otto Biersma vormt hij nu al jaren een vast vertaalkoppel. Samen hebben ze werk vertaald van o.a. Marisha Pessl, Michael Thomas en Claire Messud.
Harm Damsma (1946) is van huis uit neerlandicus en onderwijskundige. Na enige tijd als leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs, en vervolgens een aantal jaren als vakdidacticus aan het Nederlands Instituut van de RUG werkzaam te zijn geweest, verlegde hij in 1986 de koers van zijn loopbaan drastisch door zijn functie op te geven en vertaalwetenschap te gaan studeren. Na afronding van die studie was hij 10 jaar als docent vertalen Engels-Nederlands verbonden aan het Instituut voor Vertaalwetenschap van de UvA. Sinds de opheffing van dat instituut in september 2000 is hij fulltime literair vertaler. Daarbij vormt hij een vast koppel met Niek Miedema. Recente publicaties: De wichelroedelopers van Rick Moody en Ivanhoe van sir Walter Scott. Op stapel staan: Alles komt goed en alles komt goed en alle dingen komen goed van Tod Wodicka en Redemption Falls van Joseph O'Connor.

detail gebouw D'Witte Leli
Marijke Emeis studeerde Nederlands in Utrecht, werkte een aantal jaren als directiesecretaresse voor Engelsen en Amerikanen en deed in die tijd examen als tolk-vertaler Engels. Zakelijke teksten verveelden echter al snel en ze schakelde over op het vertalen van literatuur. Dat doet ze nog altijd, en met plezier. Ze vertaalde ongeveer zestig boeken van o.a. Salman Rushdie, Wole Soyinka, Jonathan Coe, Richard Yates, Grace Paley, Lorrie Moore, Anne Carson en Vikram Chandra, romans, gedichten en toneel.
Guido Golüke (1949) studeerde klassieke talen in Groningen, en Engels en Spaans op het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam. Hij publiceerde eigen werk (o.a. Het vlekkenbeest; Ik ben er morgen niet) en vertaalde meer dan 60 romans, waaronder werken van Hunter S. Thompson, Joseph Heller, F. Scott Fitzgerald, V.S. Naipaul, Martin Amis, John Cheever, Cormac McCarthy, Norman Mailer en Patrick White. In November 2007 verscheen zijn vertaling van On the Road – The Scroll van Jack Kerouac .
Ton Heuvelmans studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Hij heeft een onderwijscarrière achter zich van 33 jaar, waarvan het grootste deel in het International Baccalaureate. Hij is beëdigd tolk/vertaler en werkte vijftien jaar lang als redacteur voor het literaire tijdschrift DIVER. Sinds 1990 vertaalt hij uitsluitend literair. Hij heeft werk vertaald van onder andere Paul Auster, J.G. Ballard, William Burroughs, Douglas Coupland, John Updike en Irvine Welsh.
Nicolette Hoekmeijer (1962) studeerde Engelse taal- en letterkunde. Na haar afstuderen in 1989 is ze gaan vertalen. Ze heeft het literair vertalen zeventien jaar gecombineerd met ondertitelen voor het NOB. Met dit laatste is ze enige jaren geleden gestopt om zich vrijwel uitsluitend bezig te houden met literair vertalen. Nicolette vertaalde onder andere werk van Kiran Desai, Edwidge Danticat, Edward St. Aubyn, Nathan Englander, Toni Morrison en niet te vergeten Candace Bushnell.
Anneke van Huisseling studeerde Vertaalkunde en Nederlands Recht en maakte de laatste studie af. Ze is literair vertaler, tekstschrijver en redacteur (alles freelance). Ze vertaalde o.a. Vladimir Nabokov, John Updike, Jay McInerney, Esther Freud, Bret Easton Ellis en - samen met Rien Verhoef en Sjaak Commandeur - Saul Bellow. De laatste jaren houdt ze zich vooral bezig met het schrijven van teksten en scenario's voor museale exposities en tours.
Bartho Kriek is neerlandicus, schrijver, ondertitelaar en literair vertaler. Hij heeft o.a. werk vertaald van Philip Roth, Kurt Vonnegut, Paul Auster, Julian Barnes, Michael Frayn, Kazuo Ishiguro en Isaac Bashevis Singer. Ook is hij actief als romanschrijver. In 2000 verscheen Hollandse fado, in 1998 Het ijzeren heden (uitgever: Atlas) Verder doceert hij ondertitelen aan het ITV in Utrecht en geeft hij cursussen ondertitelen in het buitenland.
Barbara de Lange studeerde filosofie en kunstgeschiedenis en vertaalt sinds 1985 literaire fictie en non-fictie uit het Engels. Ze was vier jaar secretaris van de Werkgroep Vertalers en enige jaren redactielid van vertaaltijdschrift Filter. Vertaalde o.a. werk van Margaret Atwood, George Steiner, John Irving, Simon Schama, Colin Thubron, Donna Tartt, D.H. Lawrence en Michael Ondaatje.
Auke Leistra (1958) schreef recensies, korte verhalen en (beide met
een co-auteur) twee misdaadromans. Hij is echter in de eerste plaats
vertaler. De eerste jaren na zijn studie Engels vertaalde hij alles
wat los en vast zat. Sinds begin jaren negentig is hij vooral
werkzaam als literair vertaler. Hij vertaalde werk van onder (veel)
meer Ring Lardner en David Sedaris (humoristen), Marilyn French en
Germaine Greer (feministen), Tom McCarthy en Thomas Pynchon
(modernisten), John Updike en Anthony Powell (stilisten), en V.S.
Naipaul, Alberto Manguel en Bill Bryson (essayisten).
Janneke van der Meulen (1954) is sinds 1980 werkzaam als literair
vertaler. Ze begon met vertalingen uit het Engels/Amerikaans (o.a.
Virginia Woolf, Mona Simpson, Richard Kalich, Jamaica Kincaid en
Margaret Mahy). Vervolgens kwamen daar vertalingen bij uit het Frans
en het Duits (meest recent: Jonathan Littell en Stefan Zweig).
Intussen is ze ook zo'n vijfentwintig jaar als freelance vertaler en
redacteur werkzaam voor De Nederlandse Opera en andere
operagezelschappen, maakt geregeld boventitelingen en vertaalde een
zeventigtal libretto's.
Niek Miedema (1955) is antropoloog, schrijver, recensent en literair vertaler. Hij vertaalde onder meer werk van Nadeem Aslam, Jonathan Coe, Douglas Coupland, Michel Faber, Rick Moody, Joseph O’Connor, Richard Powers, Walter Scott, Adam Thorpe, William Golding en David Mitchell. Hij vormt sinds 1992 een vast vertaalduo met Harm Damsma. Momenteel werken ze aan een hervertaling van de cult-classic A Clockwork Orange.
Karina van Santen studeerde Frans en Nieuw-Grieks aan het Instituut voor Vertaalkunde en vertaalt al 25 jaar uit het Engels en het Frans. Ze vertaalde onder andere Samuel Beckett, Salman Rushdie, Raymond Queneau, Catherine Millet, Fay Weldon, John Berger, Karen Armstrong, Simon Schama en diverse literaire biografieën. Ze vormt een vast vertaalduo met Martine Vosmaer.
Tjadine Stheeman heeft eerst het Instituut voor Vertaalkunde doorlopen en daarna haar doctoraal Vertaalwetenschap Frans/ Engels aan de UvA gehaald (afgestudeerd bij Peter Verstegen), met literatuurwetenschap als keuzevak.
Ze is vijftien jaar actief als literair vertaler en heeft werk vertaald van onder anderen Margaret Atwood, Alain de Botton, T. Coraghessan Boyle, Bret Easton Ellis, Helen Fielding, Yann Martel en Jonathan Safran Foer. Ze werkt vaak samen met vertaler Gerda Baardman.
Rob van der Veer werd opgeleid aan het Instituut voor Vertaalkunde te Amsterdam. Sinds het begin van de jaren tachtig is hij werkzaam als vertaler van voornamelijk literair werk. Hij heeft romans vertaald van onder meer André Brink, John Banville en Nicole Krauss.
Rien Verhoef leerde vertalen aan het Instituut voor Vertaalkunde (later: Vertaalwetenschap) te Amsterdam, van leermeesters als Peter Verstegen, Cees Buddingh’ en Else Hoog. Hij vertaalde Faulkner, Nabokov, Swift (Graham), DeLillo, Leavitt, McEwan, maar ook veel teksten voor musea en dag- en weekbladen (de Volkskrant, NRC Handelsblad, Vrij Nederland). Samen met Sjaak Commandeur - met wie hij in 1982
de Martinus Nijhoff-prijs won - vertaalde hij
o.m. werk van Bellow, Burgess en Yeats.
Daarnaast is Verhoef actief als bestuurslid van
de stichting LIRA en Stichting Rechtshulp
Auteurs. In 2008 ontving hij de Vertaalprijs van het Fonds voor de Letteren. In 2011 trad hij toe tot het bestuur van de VertalersVakschool.
Nele Ysebaert (1961) studeerde af als audiovisueel kunstenaar, met veel belangstelling voor taal en letteren. Binnen haar vakdiscipline ontwikkelde zij al snel een vertaalpraktijk, die vijftien jaar geleden leidde tot de overstap naar een broodwinning als literair vertaler uit het Engels en het Frans. Vertaalde o.a. werk van René Crevel, Julia Kristeva, Colette Dowling, Jean Giono, Régis Jauffret, Céline Curiol, Heather McGowan, Hal Hartley, Serge Daney, Maaza Mengiste, James Agee en Sherwood Anderson.
Frans
Anneke Alderlieste studeerde Vertaalwetenschap aan de UVA. Ze woonde ruim acht jaar in Frankrijk, werkte zes jaar als docent aan de Hogeschool Tolk en Vertalen in Utrecht en is sinds 1999 fulltime literair vertaler. Ze vertaalde o.a. de brieven van Camille Claudel en de laatste grote roman van Roger Martin du Gard.
Kiki Coumans studeerde Nederlandse en Franse Letterkunde vertaalt sinds tien jaar uit het Frans. Ze vertaalde werk van o.a. Colette, Philippe Sollers, Elie Wiesel en Michel Houellebecq en maakte een nieuwe vertaling van Reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne. In 2000 ontving ze het Dr. Elly Jaffé stipendium voor veelbelovende vertalers Frans.
Maarten Elzinga studeerde Franse taal en letterkunde in Utrecht en Straatsburg, en vergelijkende literatuurwetenschap in Princeton, waar hij ook korte tijd doceerde. Uit onvrede met de academische benadering legde hij zich in de jaren negentig toe op het vertalen en introduceren van literair werk, voornamelijk romans en poëzie uit het Frans, Duits en Engels, met uitstapjes naar het Retoromaans (Leo Tuor) en het Maltees (Adrian Grima). In 2000 ontving hij het Charlotte Köhler-stipendium voor zijn poëzievertalingen. Recente publicaties: Robert Gray: Grasschrift (Meulenhoff 2007); Patrick Modiano: In het café van de verloren jeugd (Querido 2008);Jan Owen: De kus (Azul Press, 2010, i.s.m. Jabik Veenbaas); Victor Segalen: Brieven uit China (Arbeiderspers 2010, i.s.m. Mark Leenhouts).
Eveline van Hemert vertaalde na haar studie Franse Taal- en Letterkunde werk van onder meer André Schwarz-Bart, Maryse Condé, Patrick Chamoiseau, Amadou Hampâté Bâ en Malika Mokeddem, en publiceerde als lid van het Atelier de Traduction d’Amsterdam vertalingen van onder meer Emmanuel Bove. Daarnaast werkte ze mee aan lezingencycli over het vertalen van Franse literatuur aan het Maison Descartes en geeft ze geregeld een workshop literair vertalen aan het CETL in Brussel.
Marianne Kaas werd opgeleid aan het Instituut voor Vertaalkunde/vakgroep Vertaalwetenschap van de UVA, waar zij vervolgens jarenlang ook lesgaf. Zij vertaalt voornamelijk moderne/eigentijdse literatuur (o.a. Pierre Bergounioux, François Bon, Michèle Desbordes, Marguerite Duras, Jean Rouaud, J-P. Sartre, Jean-Philippe Toussaint). In 2003 ontving zij de Dr Elly Jaffé prijs.
Hans van Pinxteren (1943), vertaler, dichter. Nam verscheidene jaren deel aan de workshop Poëzievertalen van James Holmes. Vertaalde behalve de experimentele poëzie van Arthur Rimbaud en Antonin Artaud werk van onder meer Stendhal, Flaubert, Montaigne, Voltaire en Balzac. Martinus Nijhoffprijs 1980, Dr Elly Jafféprijs 2001. Stelt momenteel een bundel samen met essays/verhalen over vertalen.
Jan Pieter van der Sterre studeerde Nederlands, Pedagogiek en Piano. Uit belangstelling voor taal en literatuur en als afwisseling voor het edele vak van pianoleraar en musicus, begon hij te vertalen. Aanvankelijk uit het Frans, later ook uit het Engels en incidenteel uit het Russisch en het Italiaans. In het begin waren zijn schrijvers meestal dood; tegenwoordig leven ze steeds vaker. Op dit moment van schrijven werkt hij aan Amis, Echenoz, Mérimée, Powers en (nog steeds) Baudelaire.
Nini Wielink studeerde Frans aan de UvA, en heeft vervolgens het Instituut voor Vertaalkunde doorlopen (Franse en Italiaanse literatuur). Ze vertaalt sinds 1989: fictie (o.a. Benoîte Groult, Christine Orban, Eliette Abbécassis) en non-fictie, voornamelijk vanuit het Frans, maar ook vanuit het Engels en Italiaans.
Martine Woudt deed MO-A en MO-B Frans en is sinds 2003 fulltime literair vertaalster. Ze vertaalde werk van onder meer Albert Camus, Philippe Besson, Gilles Rozier, Michel Schneider, Claire Castillon, Julie Wolkenstein en Nicolas Dickner. In 2007 ontving ze het Elly Jaffé-stipendium.
Duits
Wil Boesten (1962) is een vertaalautodidact, hij werd opgeleid als leraar Nederlands, het Duits leerde hij via de spreekwoordelijke paplepel.
Zijn eerste vertaling (1987) bleef liggen wegens dubbeluitgave, waarna hij zich van een kleine uitgeverij mocht wagen aan een bundel verhalen van Kafka. Een goede leerschool vormden de tientallen kunstmonografieën die hij ook vertaalde. Halverwege de jaren '90 kwam de vertalersloopbaan in een stroomversnelling en volgden mooie auteurs als Markus Werner, Hugo Loetscher, Joseph Roth, Rudolf Lorenzen, Ernst Jünger en anderen. Hij heeft toen ervaren hoe stimulerend en bevorderend workshops en feedback van collega’s kunnen zijn. Voorlopig hoogtepunt was de vertaling van Albert Vigoleis Thelens Die Insel des zweiten Gesichts (2004), die erg veel positieve aandacht kreeg. In 2007 schreef hij de roman Spiltijd, in 2011 gevolgd door Tot de regen komt.
Hans Driessen Geboren in 1953 te Venlo.
In 1980 doctoraal examen filosofie aan de universiteit van Nijmegen.
Vertaler van o.a. Immanuel Kant, Arthur Schopenhauer, Friedrich Nietzsche, Peter Sloterdijk, Ludwig Wittgenstein, Pascal Mercier.
Eindredacteur van de Nietzsche-bibliotheek van de Arbeiderspers.
Samensteller van het Klein Cultureel Woordenboek van de filosofie (Anthos 2006).
Vaste recensent voor filosofie bij Boeken van de Volkskrant.
Wil Hansen was jarenlang leraar Nederlands en redacteur bij Uitgeverij Meulenhoff en Cossee. Hij recenseert Duitse literatuur in De Volkskrant en De Morgen. Vertalingen van zijn hand zijn o.a. dagboeken van Victor Klemperer Tot het bittere einde, Met ons gaat het goed van Arno Geiger en De thuiskomst van Bernhard Schlink.
Nelleke van Maaren studeerde Franse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als student is ze als een soort betaalde hobby met vertalen begonnen, maar aanvankelijk werkte ze professioneel tien jaar lang als lerares Frans aan twee verschillende lycea. Vanaf 1977 is zij uitsluitend als vertaler werkzaam, uit Duits, Engels en Frans, o.m. Ernst Jünger, Mme de Staël, Botho Strauss, Sylvia Plath, Heimito von Doderer en Victor Segalen. Daarnaast vertaalt zij beschouwende non-fictie als Ian Buruma, Frits Staal en Enid Starkie en veel teksten voor museumcatalogi. Jarenlang recenseerde ze vertaalde Franse literatuur voor de NRC, en enige jaren ook vertaalde Duitse literatuur voor Trouw. Verder vervulde zij tal van bestuursfuncties, o.m. als voorzitter van de Werkgroep Vertalers en secretaris van het Literair Productie- en Vertalingenfond en de Stichting LIRA. Vorig jaar was ze mentor van de beginnende vertaler Sander Hoving.
Ard Posthuma (1942) is geboren in Haarlem. Hij studeerde Duits, Engels en Filosofie in Lausanne, München en Basel. Was leraar Duits in Zwitserland en lector voor Nederlands aan de Universiteit van Basel. Woont sinds 1975 in Groningen en was werkzaam als docent Duits aan de Noordelijke Hogeschool en aan het Haus der Niederlande in Münster. Begon in 1989 als literaire tweerichtingsvertaler. Ontving voor zijn vertalingen uit het Nederlands een DAAD-stipendium in Berlijn (1996-'97) en een stipendium van de Hermann Hessse-Stiftung in Calw. Hij maakte tweetalige bloemlezingen van o.a. Martinus Nijhoff, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar, Leonard Nolens en Tsjêbbe Hettinga. In het Nederlands vertaalde hij Goethes complete Faust en werk van o.a. Wilhelm Raabe, Raoul Schrott en Ingo Schulze. Hij heeft een bijzondere voorliefde voor poëzie en middeleeuwse literatuur (Chanson de Roland, l'Histoire du Graal, Reynaert de Vos) en een zwak voor ten onrechte vergeten teksten zoals de Jobsiade.
José Rijnaarts leerde het vak aan het Amsterdamse Instituut voor Vertaalkunde (Frans, Engels) en studeerde daarna Franse taal- en letterkunde aan de UvA, met Duitse taal- en letterkunde als groot bijvak. Vóór haar studie werkte ze enkele jaren in München als secretaresse. In het begin van haar loopbaan vertaalde ze behalve literatuur ook non-fictie. Ook schreef ze jarenlang met enige regelmaat voor het maandblad Opzij. Als literair vertaler vertaalde ze werk van R.K. Narayan, John Banville, Donald Antrim, Maryse Condé, Lydie Salvayre, Alphonse Boudard, Françoise Mallet-Joris, Raoul Schrott, Ilija Trojanow, Heinrich Mann en vele anderen.
Elly Schippers (1945) gaf na haar studie Duitse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam jarenlang les aan een middelbare school in Amstelveen. In diezelfde tijd begon ze te vertalen. In 1990 maakte ze hiervan haar hoofdberoep. Ze houdt zich zowel met volwassenenliteratuur als met jeugdliteratuur bezig en vertaalde werken van Heinrich Böll, Elias Canetti, Michael Ende, Jenny Erpenbeck, Edgar Hilsenrath, Erich Kästner, Wolfgang Koeppen, Viktor Mann, Arthur Schnitzler en vele anderen. Enkele van haar recente publicaties zijn: Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky en Sven Hanuscheks biografie van Elias Canetti. Daarnaast is ze redacteur van verschillende Nederlandstalige auteurs en redactielid van de Duitse Bibliotheek van uitgeverij Atlas. Ze geeft geregeld workshops en is sinds een paar jaar mentor van beginnende vertalers. Tevens was ze jarenlang eindredacteur van een literair tijdschrift.
Spaans
Jos den Bekker volgde de vertalersopleiding aan het Hoger Instituut voor
Vertalers en Tolken in Antwerpen. Daarna studeerde hij Algemene
Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft uit het
Spaans onder andere boeken van Héctor Abad, Evelio Rosero en Javier
Cercas vertaald.
Adri Boon (Amsterdam 1961) studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Het lezen en vertalen van literatuur was een vroege en blijvende liefde. Tijdens zijn lange verblijf op het Iberische schiereiland bekwaamde hij zich ook in het Catalaans en het Portugees. Uit deze laatste taal vertaalde hij werk van o.a. Eça de Queiroz. Van diens Spaanse evenknie Benito Pérez Galdós tekende hij voor de Nederlandse editie van Fortunata y Jacinta. Van de Catalaanse koelag Josep Pla vertaalde hij Het grijze schrift. Binnenkort zal zijn versie van Joan Sales' Ongewisse glorie verschijnen.
Margriet Muris studeerde Vertaalkunde en Vertaalwetenschap Frans en Spaans aan de UvA. Ze is bevoegd lerares Spaans en beëdigd vertaler. Momenteel is zij werkzaam als docent aan de opleiding Spaanse taal en cultuur van de UvA. Daarvoor heeft zij als docent gewerkt bij de vertaalopleiding van de Hogeschool Maastricht en bij de opleiding Vertaalwetenschap aan de UvA. Ze zat in de redactie van de Koenen woordenboeken Spaans-Nederlands/Nederlands-Spaans, adviseert het Fonds voor de Letteren over Spaanstalige literatuur en de vertaling daarvan, en is voorzitter van de examencommissie Spaans van de SNEVT. Samen met Ton Ceelen vertaalde zij de roman Palinuro de México van Fernando del Paso en samen met Marga Greuter de 16de-eeuwse kroniek Historia verdadera de la conquista de la Nueva España van Bernal Díaz del Castillo.
Harriët Peteri studeerde Spaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalde meer dan twintig romans en enkele dichtbundels uit het Spaans in het Nederlands, waaronder werk van Juan Benet, Laura Esquivel, Tomás Eloy Martínez, Carmen Martín Gaite, Eduardo Mendoza, Augusto Monterroso en Pedro Zarraluki. Ze heeft naast haar vertaalwerk onder meer Spaanse les gegeven en verschillende workshops literair vertalen geleid.
Mariolein Sabarte Belacortu studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar kandidaats is ze romans gaan vertalen, wat ze inmiddels al 35 jaar doet. Zij vertaalde enkele Spaanse romans (Cela, Gopégui, Semprún), en talloze romans van schrijvers in Latijns- Amerika:
Márquez, Arguedas, Cortázar, Borges, Vargas Llosa, Volpi, Arlt, Onetti, Arriaga, e.a. Voor Poetry International vertaalde ze dichters van diverse pluimage, met als hoogtepunt de poëzie van de Argentijn Roberto Juarroz. Ze maakte vele reizen naar Latijns-Amerika. Ze heeft enkele workshops gegeven en reeds eenmaal als mentor gefungeerd.
Eugenie Schoolderman (1965) studeerde Vertaalwetenschap Frans en Spaans aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds haar afstuderen vertaalt ze Spaanse literatuur en werkte daarnaast jarenlang als ondertitelaar bij RTL Nieuws. Ze vertaalde onder andere Pedro Zarraluki, Álvaro Pombo, Josefina Aldecoa, Alberto Méndez en bijna het gehele oeuvre van Rafael Chirbes
Fred de Vries is vertaler, tekstschrijver en redacteur. In 1981 behaalde hij zijn doctoraal Spaans aan de UvA, met als bijvakken Latijns-Amerikakunde en Portugese taal- en letterkunde. Hij was leraar op het Spinozalyceum te Amsterdam, doceerde bij de vakgroep Vertaalwetenschap en bij de leerstoelgroep Spaanse letterkunde van de UvA. Hij heeft een eigen bedrijf Tekstland, is adviseur van het Fonds voor de Letteren, en is voorzitter van het Dagelijks Bestuur van de Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk. Naast enkele vertalingen uit het Duits, Frans en Engels publiceerde hij vertalingen Spaans Nederlands van M.A. Asturias, S. Carrillo, A. Dorfman, G. Cabrera Infante, I. Allende en E.L Portela.
Italiaans
Yond Boeke studeerde Italiaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar afstuderen in 1983 was ze tot 1992 verbonden als docent aan het Italiaans Seminarium van de UvA, en van 1997 tot 2006 als docent Italiaans aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast was ze een aantal jaren eindredacteur van het Italië Magazine en werkt ze als freelance journalist/copywriter. Sinds 1984 vormt ze met Patty Krone een vertaalduo. Zij leggen zich toe op het vertalen van literatuur, waaronder werk van Umberto Eco, Pietro Aretino, Italo Calvino, Giovanni Verga, Alessandro Manzoni en Andrea Camilleri.
Frans Denissen (1947) studeerde Italiaans en Engels aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. Na zijn afstuderen werkte hij enkele jaren op de vertaaldienst van de toenmalige Europese Gemeenschap, waar hij zijn Engels vergat en het Frans als tweede werktaal koos. Tussen 1972 en 2002 doceerde hij Italiaans en vertaalkunde aan de Lessius-Hogeschool in Antwerpen en wierp zich tegelijk op het schrijven en het literair vertalen. Het meeste plezier beleefde hij aan het vertalen van Giovanni Boccaccio, Leonardo Sciascia, Carlo Emilio Gadda en de Belgische vroeg-modernist André Baillon, aan wie hij ook de biografie De gigolo van Irma Ideaal wijdde.
Patty Krone (1947) studeerde Italiaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam (met een eerstegraads onderwijsbevoegdheid). Na het afronden van de studie (1984) was ze achtereenvolgens docent Italiaans bij het Istituto Dante Alighieri, het Talencentrum Den Haag, OSCA Amsterdam, de Volksuniversiteit Lelystad en het Montessori Lyceum te Amsterdam. Van 1999 tot 2006 was ze docent (en enige jaren studieleider) aan het Instituut voor Tolken en Vertalen (ITV) te Utrecht. Op het moment verzorgt ze externe minors literair vertalen voor het ITV. Daarnaast was ze een aantal jaren werkzaam als eindredacteur van het Italië Magazine en werkt ze als freelance redacteur. Sinds 1984 vormt ze met Yond Boeke een vertaalduo. Zij leggen zich toe op het vertalen van literatuur, waaronder werk van Pietro Aretino, Italo Calvino, Umberto Eco, Alessandro Manzoni, Tomasi di Lampedusa en Giovanni Verga.
Pietha de Voogdis literair vertaler Italiaans, en was in het verleden ook docent communicatieve vaardigheden, presentator en coach. Ze volgde de opleiding tot tolk-vertaler Italiaans aan de universiteit van Utrecht. Beëdiging 1974. Daarna was ze werkzaam als ondertitelaar bij het NOB in Hilversum en vertaalde een stuk of dertig boeken: enkele non-fictie werken, twee kookboeken, een poëziebundel, De dood zal komen en jouw ogen hebben van C. Pavese, samen met Willem van Toorn, en vooral romans. Bekendste: De naam van de roos van Umberto Eco, samen met Jenny Tuin, mooiste: Retabel, Siciliaanse passies van Vincenzo Consolo. Sinds een jaar of vijftien vormt ze een vertaalduo met Mieke Geuzebroek. Leservaring deed ze op aan de Hogeschool Inholland, bij de vereniging Dante Alighieri en tijdens vele gastcolleges en workshops (HIVT te Antwerpen, Triëst, Nijmegen, Utrecht).
Russisch
Hans Boland (1951) doceerde in totaal twaalf jaar aan de universiteiten van Groningen en Sint-Petersburg. Hij promoveerde op het Epos zonder held van Anna Achmatova, van wie hij zes bundels met zijn vertalingen publiceerde. Zijn huidige belangrijkste vertaalproject behelst het verzameld werk van Alexandr Poesjkin, waarvan inmiddels zes delen zijn verschenen. Behalve poëzie van tal van andere Russische dichters vertaalde hij proza van Michaïl Lermontov, Fjodor Dostojevski en Vsevolod Garsjin. Voor zijn vertalingen ontving hij de Aleida Schot-prijs, de Filter Vertaalprijs en de Rus Prix.
Aai Prins (1959) studeerde Russisch aan de UvA en volgde een opleiding tot gerechtstolk. Zij vertaalde o.a. Alesjkovski, Bitov, Boelgakov, Chlebnikov, Dombrovski, Dovlatov, Pelevin, Sorokin en Tsjechov. In 2001 ontving zij de Aleida Schotprijs. Nu en dan recenseert zij boeken voor de Volkskrant. Sinds 2006 doceert zij Nederlands op het NIP en de Universiteit van Sint-Petersburg.
Roel Schuyt (1948) studeerde Slavische taal- en letterkunde (Russisch,
Servo-Kroatisch en Bulgaars) aan de UvA en promoveerde in 1990 in Leiden.
Hij doceerde van 1975 tot 1982 aan de UvA en van 1989 tot 1992 aan de RUL.
Sinds 1995 geeft hij vertalen Russisch-Nederlands bij ITV in Utrecht. Hij
begon zijn loopbaan als vertaler met enkele Servische, Bosnische en
Kroatische auteurs (o.a. Danilo Kis, Dubravka Ugresic, Dzevad Karahasan),
daarna kwamen er schrijvers bij uit Rusland (Viktorija Tokareva), Slovenië
(Drago Jancar, Lojze Kovacic) en uit het Albanese taalgebied (Ismail
Kadare, Rexhep Qosja, Xhevair Spahiu).
Anne Stoffel (1946) studeerde Russisch, Tsjechisch en dramaturgie aan de UvA en volgde een zomercursus voor leraren Russisch in Moskou. Zij vertaalde proza, poëzie, toneel en brieven van onder meer Anton Tsjechov, Marina Tsvetajeva, Vladimir Nabokov, Vasili Grossman, Dmitri Sjostakovitsj, Boris Ryzji. Een van haar vertalingen werd in 1997 genomineerd voor de Europese Aristeionprijs; in 2005 ontving zij de Aleida Schotprijs.
Nederlands
Liesbeth van Nes (1954), deed gymnasium alfa, studeerde aan de Universiteit van Amsterdam af bij Anthony Mertens in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en gaf met veel plezier les in het voortgezet onderwijs, tot de oude vertaaldrang zich weer liet gelden. Ze begon met Jarry, Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus, (1994) dat ze nu opnieuw vertaalt voor de Nederlandse Academie voor Patafysica. Voor haar vertaling van April in Parijs van Michael Wallner kreeg ze in 2008 een prijs van de EU-regio Aachen. Daarna volgden onder andere Reis naar het verleden van Stefan Zweig en Zo gemakkelijk kom je niet van boeken af van Jean-Claude Carrière en Umberto Eco. In het voorjaar van 2011 bracht ze het met haar vertaling van HhhH van Laurent Binet tot de shortlist van de eerste Europese Literatuurprijs die in Nederland zal worden toegekend.
|