logo Opleiding Literair Vertaler Amsterdam
 

Opleiding tot literair vertaler
Amsterdam
 

Engels

Gerda Baardman is literair vertaler en zit al 27 jaar in het vak. Ze vertaalde o.a. A.S. Byatt, Margaret Atwood, James Salter, Jonathan Safran Foer, Yann Martel, Helen DeWitt, James Ellroy, Tom Wolfe, Jonathan Franzen, T.C. Boyle, Douglas Coupland, A.M. Homes, Dave Eggers en Michael Chabon. Ze werkt vaak samen met vertaler Tjadine Stheeman.

Peter Bergsma (1952) studeerde aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam. Vanaf 1977 vertaalde hij een zeventigtal boeken van onder anderen J.M. Coetzee (13 titels),William Faulkner, John Fowles, John Hawkes, Ernest Hemingway, Malcolm Lowry, Les Murray, Vladimir Nabokov, Thomas Pynchon, Mark Twain en John Updike.Van 1983 tot 1997 werkte hij als freelance vertaler en eindredacteur bij de vertaalafdeling van respectievelijk de NOS en het NOB, en sinds 1997 is hij directeur van het Vertalershuis in Amsterdam. Hij was van 1996 tot 2000 voorzitter van CEATL, het netwerk van Europese vertalersverenigingen, en is sinds 2004 voorzitter van RECIT, het netwerk van Europese vertalershuizen.

Paul Bruijn heeft een lange carrière in ondertitelland achter de rug (vertalen en eindredactie), maar na vijftien jaar heeft hij de koptelefoon aan de zendmast gehangen en zich volledig gestort op het literair vertalen. Met Otto Biersma vormt hij nu al jaren een vast vertaalkoppel. Samen hebben ze werk vertaald van o.a. Marisha Pessl, Michael Thomas en Claire Messud.

Harm Damsma (1946) is van huis uit neerlandicus en onderwijskundige. Na enige tijd als leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs, en vervolgens een aantal jaren als vakdidacticus aan het Nederlands Instituut van de RUG werkzaam te zijn geweest, verlegde hij in 1986 de koers van zijn loopbaan drastisch door zijn functie op te geven en vertaalwetenschap te gaan studeren. Na afronding van die studie was hij 10 jaar als docent vertalen Engels-Nederlands verbonden aan het Instituut voor Vertaalwetenschap van de UvA. Sinds de opheffing van dat instituut in september 2000 is hij fulltime literair vertaler. Daarbij vormt hij een vast koppel met Niek Miedema. Recente publicaties: De wichelroedelopers van Rick Moody en Ivanhoe van sir Walter Scott. Op stapel staan: Alles komt goed en alles komt goed en alle dingen komen goed van Tod Wodicka en Redemption Falls van Joseph O'Connor.

Trap in d'Witte Lelie
detail gebouw D'Witte Leli
 

Marijke Emeis studeerde Nederlands in Utrecht, werkte een aantal jaren als directiesecretaresse voor Engelsen en Amerikanen en deed in die tijd examen als tolk-vertaler Engels. Zakelijke teksten verveelden echter al snel en ze schakelde over op het vertalen van literatuur. Dat doet ze nog altijd, en met plezier. Ze vertaalde ongeveer zestig boeken van o.a. Salman Rushdie, Wole Soyinka, Jonathan Coe, Richard Yates, Grace Paley, Lorrie Moore, Anne Carson en Vikram Chandra, romans, gedichten en toneel.

Guido Golüke (1949) studeerde klassieke talen in Groningen, en Engels en Spaans op het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam. Hij publiceerde eigen werk (o.a. Het vlekkenbeest; Ik ben er morgen niet) en vertaalde meer dan 60 romans, waaronder werken van Hunter S. Thompson, Joseph Heller, F. Scott Fitzgerald, V.S. Naipaul, Martin Amis, John Cheever, Cormac McCarthy, Norman Mailer en Patrick White. In November 2007 verscheen zijn vertaling van On the Road – The Scroll van Jack Kerouac .

Ton Heuvelmans studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Hij heeft een onderwijscarrière achter zich van 33 jaar, waarvan het grootste deel in het International Baccalaureate. Hij is beëdigd tolk/vertaler en werkte vijftien jaar lang als redacteur voor het literaire tijdschrift DIVER. Sinds 1990 vertaalt hij uitsluitend literair. Hij heeft werk vertaald van onder andere Paul Auster, J.G. Ballard, William Burroughs, Douglas Coupland, John Updike en Irvine Welsh. In het voorjaar van 2008 kwam zijn vertaling uit van Man in the Dark (Man in het duister) van Paul Auster.

Nicolette Hoekmeijer (1962) studeerde Engelse taal- en letterkunde. Na haar afstuderen in 1989 is ze gaan vertalen. Ze heeft het literair vertalen zeventien jaar gecombineerd met ondertitelen voor het NOB. Met dit laatste is ze enige jaren geleden gestopt om zich vrijwel uitsluitend bezig te houden met literair vertalen. Nicolette vertaalde onder andere werk van Kiran Desai, Edwidge Danticat, Edward St. Aubyn, Nathan Englander, Toni Morrison en niet te vergeten Candace Bushnell.

Bartho Kriek is neerlandicus, schrijver, ondertitelaar en literair vertaler. Hij heeft o.a. werk vertaald van Philip Roth, Kurt Vonnegut, Paul Auster, Julian Barnes, Michael Frayn, Kazuo Ishiguro en Isaac Bashevis Singer. Ook is hij actief als romanschrijver. In 2000 verscheen Hollandse fado, in 1998 Het ijzeren heden (uitgever: Atlas) Verder doceert hij ondertitelen aan het ITV in Utrecht en geeft hij cursussen ondertitelen in het buitenland.

 

Barbara de Lange studeerde filosofie en kunstgeschiedenis en vertaalt sinds 1985 literaire fictie en non-fictie uit het Engels. Ze was vier jaar secretaris van de Werkgroep Vertalers en enige jaren redactielid van vertaaltijdschrift Filter. Vertaalde o.a. werk van Margaret Atwood, George Steiner, John Irving, Simon Schama, Colin Thubron en Donna Tartt.

Niek Miedema (1955) is antropoloog, schrijver, recensent en literair vertaler. Hij vertaalde onder meer werk van Nadeem Aslam, Jonathan Coe, Douglas Coupland, Michel Faber, Rick Moody, Joseph O’Connor, Richard Powers, Walter Scott en Adam Thorpe. Hij vormt sinds 1992 een vast vertaalduo met Harm Damsma.

Karina van Santen studeerde Frans en Nieuw-Grieks aan het Instituut voor Vertaalkunde en vertaalt al 25 jaar uit het Engels en het Frans. Ze vertaalde onder andere Samuel Beckett, Salman Rushdie, Raymond Queneau, Catherine Millet, Fay Weldon, John Berger, Karen Armstrong, Simon Schama en diverse literaire biografieën. Ze vormt een vast vertaalduo met Martine Vosmaer.

Tjadine Stheeman heeft eerst het Instituut voor Vertaalkunde doorlopen en daarna haar doctoraal Vertaalwetenschap Frans/ Engels aan de UvA gehaald (afgestudeerd bij Peter Verstegen), met literatuurwetenschap als keuzevak.
Ze is vijftien jaar actief als literair vertaler en heeft werk vertaald van onder anderen Margaret Atwood, Alain de Botton, T. Coraghessan Boyle, Bret Easton Ellis, Helen Fielding, Yann Martel en Jonathan Safran Foer. Ze werkt vaak samen met vertaler Gerda Baardman.
 

Rob van der Veer werd opgeleid aan het Instituut voor Vertaalkunde te Amsterdam. Sinds het begin van de jaren tachtig is hij werkzaam als vertaler van voornamelijk literair werk. Hij heeft romans vertaald van onder meer André Brink, John Banville en Nicole Krauss.

Rien Verhoef leerde vertalen aan het Instituut voor Vertaalkunde (later: Vertaalwetenschap) te Amsterdam, van leermeesters als Peter Verstegen, Cees Buddingh’ en Else Hoog. Hij vertaalde Faulkner, Nabokov, Swift (Graham), DeLillo, Leavitt, McEwan, maar ook veel teksten voor musea en dag- en weekbladen (de Volkskrant, NRC Handelsblad, Vrij Nederland). Samen met Sjaak Commandeur - met wie hij in 1982 de Martinus Nijhoff-prijs won - vertaalde hij o.m. werk van Bellow, Burgess en Yeats. Daarnaast is Verhoef actief als bestuurslid van de stichting LIRA en Stichting Rechtshulp Auteurs.

Rien Verhoef is onderscheiden met de Vertaalprijs van het Fonds voor de Letteren 2008.

Marijke Versluys deed na de middelbare school MO-A en B Engels aan het toenmalige Nutsseminarium voor Pedagogiek in Amsterdam, resp. de Gelderse Leergangen in Arnhem. Ze was in de jaren ’60 duvelstoejager op de afdeling Documentatie van het Algemeen Handelsblad en redactiemedewerkster bij Uitgeversmij Kosmos, en in de jaren ’70 free-lance persklaarmaker (van vooral vertaalde fictie). Ook gaf ze een paar jaar les aan o.a. een scholengemeenschap in Gouda en de cocma in Utrecht. Sinds 1979 is ze fulltime vertaalster. Ze vertaalde werk van Norman Lewis, Colin Thubron, Kazuo Ishiguro, Julian Barnes, Anne Tyler, B.S. Johnson, Sarah Emily Miano en Andrew Motion.

Frans

Anneke Alderlieste studeerde Vertaalwetenschap aan de UVA. Ze woonde ruim acht jaar in Frankrijk, werkte zes jaar als docent aan de Hogeschool Tolk en Vertalen in Utrecht en is sinds 1999 fulltime literair vertaler. Ze vertaalde o.a. de brieven van Camille Claudel en de laatste grote roman van Roger Martin du Gard.

Kiki Coumans studeerde Nederlandse en Franse Letterkunde vertaalt sinds tien jaar uit het Frans. Ze vertaalde werk van o.a. Colette, Philippe Sollers, Elie Wiesel en Michel Houellebecq en maakte een nieuwe vertaling van Reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne. In 2000 ontving ze het Dr. Elly Jaffé stipendium voor veelbelovende vertalers Frans.

Maarten Elzinga studeerde Franse taal en letterkunde in Utrecht en Straatsburg, en vergelijkende literatuurwetenschap in Princeton, waar hij ook korte tijd doceerde. Uit onvrede met de academische benadering legde hij zich in de jaren negentig toe op het vertalen en introduceren van literair werk, voornamelijk romans en poëzie uit het Frans, Duits en Engels, met uitstapjes naar het Retoromaans (Leo Tuor) en het Maltees (Adrian Grima). In 2000 ontving hij het Charlotte Köhler-stipendium voor zijn poëzievertalingen. Recente publicaties: Robert Gray: Grasschrift (Meulenhoff 2007); Patrick Modiano: In het café van de verloren jeugd (Querido 2008).

Eveline van Hemert vertaalde na haar studie Franse Taal- en Letterkunde werk van onder meer André Schwarz-Bart, Maryse Condé, Patrick Chamoiseau, Amadou Hampâté Bâ en Malika Mokeddem, en publiceerde als lid van het Atelier de Traduction d’Amsterdam vertalingen van onder meer Emmanuel Bove. Daarnaast werkte ze mee aan lezingencycli over het vertalen van Franse literatuur aan het Maison Descartes en geeft ze geregeld een workshop literair vertalen aan het CETL in Brussel.

Marianne Kaas werd opgeleid aan het Instituut voor Vertaalkunde/vakgroep Vertaalwetenschap van de UVA, waar zij vervolgens jarenlang ook lesgaf. Zij vertaalt voornamelijk moderne/eigentijdse literatuur (o.a. Pierre Bergounioux, François Bon, Michèle Desbordes, Marguerite Duras, Jean Rouaud, J-P. Sartre, Jean-Philippe Toussaint). In 2003 ontving zij de Dr Elly Jaffé prijs.

Hans van Pinxteren (1943), vertaler, dichter. Nam verscheidene jaren deel aan de workshop Poëzievertalen van James Holmes. Vertaalde behalve de experimentele poëzie van Arthur Rimbaud en Antonin Artaud werk van onder meer Stendhal, Flaubert, Montaigne, Voltaire en Balzac. Martinus Nijhoffprijs 1980, Dr Elly Jafféprijs 2001. Stelt momenteel een bundel samen met essays/verhalen over vertalen.

Jan Pieter van der Sterre studeerde Nederlands, Pedagogiek en Piano. Uit belangstelling voor taal en literatuur en als afwisseling voor het edele vak van pianoleraar en musicus, begon hij te vertalen. Aanvankelijk uit het Frans, later ook uit het Engels en incidenteel uit het Russisch en het Italiaans. In het begin waren zijn schrijvers meestal dood; tegenwoordig leven ze steeds vaker. Op dit moment van schrijven werkt hij aan Amis, Echenoz, Mérimée, Powers en (nog steeds) Baudelaire.

Martine Woudt deed MO-A en MO-B Frans en is sinds 2003 fulltime literair vertaalster. Ze vertaalde werk van onder meer Albert Camus, Philippe Besson, Gilles Rozier, Michel Schneider, Claire Castillon, Julie Wolkenstein en Nicolas Dickner. In 2007 ontving ze het Elly Jaffé-stipendium.

Duits

Wil Hansen was jarenlang leraar Nederlands en redacteur bij Uitgeverij Meulenhoff en Cossee. Hij recenseert Duitse literatuur in De Volkskrant en De Morgen. Vetalingen van zijn hand zijn o.a. dagboeken van Victor Klemperer Tot het bittere einde, Met ons gaat het goed van Arno Geiger en De thuiskomst van Bernhard Schlink.

Nelleke van Maaren studeerde Franse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als student is ze als een soort betaalde hobby met vertalen begonnen, maar aanvankelijk werkte ze professioneel tien jaar lang als lerares Frans aan twee verschillende lycea. Vanaf 1977 is zij uitsluitend als vertaler werkzaam, uit Duits, Engels en Frans, o.m. Ernst Jünger, Mme de Staël, Botho Strauss, Sylvia Plath, Heimito von Doderer en Victor Segalen. Daarnaast vertaalt zij beschouwende non-fictie als Ian Buruma, Frits Staal en Enid Starkie en veel teksten voor museumcatalogi. Jarenlang recenseerde ze vertaalde Franse literatuur voor de NRC, en enige jaren ook vertaalde Duitse literatuur voor Trouw. Verder vervulde zij tal van bestuursfuncties, o.m. als voorzitter van de Werkgroep Vertalers en secretaris van het Literair Productie- en Vertalingenfond en de Stichting LIRA. Vorig jaar was ze mentor van de beginnende vertaler Sander Hoving.

Wilfred Oranje (1951) studeerde Slavische Talen in Amsterdam, maar maakte de studie niet af omdat hij op een dag vertaler werd. Als redacteur van het filmtijdschrift Skrien vertaalde hij onder meer Eisenstein en Pasolini. Vanaf 1982 was hij betrokken bij de uitgave van Freuds werken, eindigend met de definitieve volledige editie van 2006. Door de jaren heen heeft hij Italiaanse auteurs als Manganelli en Bufalino vertaald. Bij voorkeur richt hij zich op dode auteurs: Goethe, Schiller, Heine, Stifter, Fontane en Joseph Roth. Met Elly Schippers en Theo Kramer vormt hij de redactie van de 'Duitse Bibliotheek' (uitgeverij Atlas), die zich toelegt op de klassieke Duitstalige schrijvers.

Ard Posthuma (1942) is geboren in Haarlem. Hij studeerde Duits, Engels en Filosofie in Lausanne, München en Basel. Was leraar Duits in Zwitserland en lector voor Nederlands aan de Universiteit van Basel. Woont sinds 1975 in Groningen en was werkzaam als docent aan de Noordelijke Hogeschool en aan het Haus der Niederlande in Münster. Begon in 1989 als poëzievertaler Nederlands-Duits en maakte tweetalige bloemlezingen van o.a. Martinus Nijhoff, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar en Leonard Nolens. In het Nederlands vertaalde hij Goethes complete Faust en werk van o.a. Wilhelm Raabe, Raoul Schrott en Ingo Schulze. Hij heeft een bijzondere voorliefde voor poëzie en middeleeuwse literatuur (Chanson de Roland, l'Histoire du Graal, Reynaert de Vos) en een zwak voor ten onrechte vergeten teksten.

Elly Schippers (1945) gaf na haar studie Duitse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam jarenlang les aan een middelbare school in Amstelveen. In diezelfde tijd begon ze te vertalen. In 1990 maakte ze hiervan haar hoofdberoep. Ze houdt zich zowel met volwassenenliteratuur als met jeugdliteratuur bezig en vertaalde werken van Heinrich Böll, Elias Canetti, Michael Ende, Jenny Erpenbeck, Edgar Hilsenrath, Erich Kästner, Wolfgang Koeppen, Viktor Mann, Arthur Schnitzler en vele anderen. Enkele van haar recente publicaties zijn: Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky en Sven Hanuscheks biografie van Elias Canetti. Daarnaast is ze redacteur van verschillende Nederlandstalige auteurs en redactielid van de Duitse Bibliotheek van uitgeverij Atlas. Ze geeft geregeld workshops en is sinds een paar jaar mentor van beginnende vertalers. Tevens was ze jarenlang eindredacteur van een literair tijdschrift.
 

Spaans

Margriet Muris studeerde Vertaalkunde en Vertaalwetenschap Frans en Spaans aan de UvA. Ze is bevoegd lerares Spaans en beëdigd vertaler. Momenteel is zij werkzaam als docent aan de opleiding Spaanse taal en cultuur van de UvA. Daarvoor heeft zij als docent gewerkt bij de vertaalopleiding van de Hogeschool Maastricht en bij de opleiding Vertaalwetenschap aan de UvA. Ze zat in de redactie van de Koenen woordenboeken Spaans-Nederlands/Nederlands-Spaans, adviseert het Fonds voor de Letteren over Spaanstalige literatuur en de vertaling daarvan, en is voorzitter van de examencommissie Spaans van de SNEVT. Samen met Ton Ceelen vertaalde zij de roman Palinuro de México van Fernando del Paso en samen met Marga Greuter de 16de-eeuwse kroniek Historia verdadera de la conquista de la Nueva España van Bernal Díaz del Castillo.

Harriët Peteri studeerde Spaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalde meer dan twintig romans en enkele dichtbundels uit het Spaans in het Nederlands, waaronder werk van Juan Benet, Laura Esquivel, Tomás Eloy Martínez, Carmen Martín Gaite, Eduardo Mendoza, Augusto Monterroso en Pedro Zarraluki. Ze heeft naast haar vertaalwerk onder meer Spaanse les gegeven en verschillende workshops literair vertalen geleid.

Mariolein Sabarte Belacortu studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar kandidaats is ze romans gaan vertalen, wat ze inmiddels al 35 jaar doet. Zij vertaalde enkele Spaanse romans (Cela, Gopégui, Semprún), en talloze romans van schrijvers in Latijns- Amerika:
Márquez, Arguedas, Cortázar, Borges, Vargas Llosa, Volpi, Arlt, Onetti, Arriaga, e.a. Voor Poetry International vertaalde ze dichters van diverse pluimage, met als hoogtepunt de poëzie van de Argentijn Roberto Juarroz. Ze maakte vele reizen naar Latijns-Amerika. Ze heeft enkele workshops gegeven en reeds eenmaal als mentor gefungeerd.

Eugenie Schoolderman is literair vertaler, en ondertitelaar bij het nieuws van de RTL. Zij is opgeleid aan het instituut van Vertaalwetenschap van de UvA, waar zij zich specialiseerde in Frans-nederlands, Nederlands-Frans en Spaans-Nederlands. Zij heeft vertalingen gemaakt van o.a. Pedro Zarraluki, Josefina Aldecoa,Alvaro Pombo, Rafael Chirbes, Marcela Serrano en Alberto Méndez (moet nog verschijnen).

Fred de Vries is vertaler, tekstschrijver en redacteur. In 1981 behaalde hij zijn doctoraal Spaans aan de UvA, met als bijvakken Latijns-Amerikakunde en Portugese taal- en letterkunde. Hij was leraar op het Spinozalyceum te Amsterdam, doceerde bij de vakgroep Vertaalwetenschap en bij de leerstoelgroep Spaanse letterkunde van de UvA. Hij heeft een eigen bedrijf Tekstland, is adviseur van het Fonds voor de Letteren, en is voorzitter van het Dagelijks Bestuur van de Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk. Naast enkele vertalingen uit het Duits, Frans en Engels publiceerde hij vertalingen Spaans Nederlands van M.A. Asturias, S. Carrillo, A. Dorfman, G. Cabrera Infante, I. Allende en E.L Portela.

Italiaans

Yond Boeke studeerde Italiaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar afstuderen in 1983 was ze tot 1992 verbonden als docent aan het Italiaans Seminarium van de UvA, en van 1997 tot 2006 als docent Italiaans aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast was ze een aantal jaren eindredacteur van het Italië Magazine en werkt ze als freelance journalist/copywriter. Sinds 1984 vormt ze met Patty Krone een vertaalduo. Zij leggen zich toe op het vertalen van literatuur, waaronder werk van Umberto Eco, Pietro Aretino, Italo Calvino, Giovanni Verga, Alessandro Manzoni en Andrea Camilleri.

Patty Krone (1947) studeerde Italiaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam (met een eerstegraads onderwijsbevoegdheid). Na het afronden van de studie (1984) was ze achtereenvolgens docent Italiaans bij het Istituto Dante Alighieri, het Talencentrum Den Haag, OSCA Amsterdam, de Volksuniversiteit Lelystad en het Montessori Lyceum te Amsterdam. Van 1999 tot 2006 was ze docent (en enige jaren studieleider) aan het Instituut voor Tolken en Vertalen (ITV) te Utrecht. Op het moment verzorgt ze externe minors literair vertalen voor het ITV. Daarnaast was ze een aantal jaren werkzaam als eindredacteur van het Italië Magazine en werkt ze als freelance redacteur. Sinds 1984 vormt ze met Yond Boeke een vertaalduo. Zij leggen zich toe op het vertalen van literatuur, waaronder werk van Pietro Aretino, Italo Calvino, Umberto Eco, Alessandro Manzoni, Tomasi di Lampedusa en Giovanni Verga.

Pietha de Voogd is literair vertaler Italiaans, docent communicatieve vaardigheden, presentator en coach. Ze volgde de opleiding tot tolk-vertaler Italiaans aan de universiteit van Utrecht. Beëdiging 1974. Daarna was ze werkzaam als ondertitelaar bij het NOB in Hilversum en vertaalde een stuk of dertig boeken: enkele non-fictie werken, twee kookboeken, een poëziebundel, De dood zal komen en jouw ogen hebben van C. Pavese, samen met Willem van Toorn, en vooral romans. Bekendste: De naam van de roos van Umberto Eco, samen met Jenny Tuin, mooiste: Retabel, Siciliaanse passies van Vincenzo Consolo. Sinds een jaar of tien vormt ze een vertaalduo met Mieke Geuzebroek. Leservaring deed ze op aan de Hogeschool Inholland, bij de vereniging Dante Alighieri en tijdens vele gastcolleges en workshops (HIVT te Antwerpen, Triëst, Nijmegen, Utrecht).

Russisch

Hans Boland (1951) doceerde in totaal twaalf jaar aan de universiteiten van Groningen en Sint-Petersburg. Hij promoveerde op het Epos zonder held van Anna Achmatova, van wie hij zes bundels met zijn vertalingen publiceerde. Zijn huidige belangrijkste vertaalproject behelst het verzameld werk van Alexandr Poesjkin, waarvan inmiddels vijf delen zijn verschenen. Behalve poëzie van tal van andere Russische dichters vertaalde hij proza van Michaïl Lermontov en Fjodor Dostojevski. Voor zijn vertalingen ontving hij de Aleida Schot-prijs, de Filter Vertaalprijs en de Rus Prix.

Aai Prins (1959) studeerde Russisch aan de UvA en volgde een opleiding tot gerechtstolk. Zij vertaalde o.a. Alesjkovski, Bitov, Boelgakov, Chlebnikov, Dombrovski, Dovlatov, Pelevin, Sorokin en Tsjechov. In 2001 ontving zij de Aleida Schotprijs. Nu en dan recenseert zij boeken voor de Volkskrant. Sinds 2006 doceert zij Nederlands op het NIP en de Universiteit van Sint-Petersburg.

Roel Schuyt (1948) studeerde Slavische taal- en letterkunde (Russisch, Servo-Kroatisch en Bulgaars) aan de UvA en promoveerde in 1990 in Leiden. Hij doceerde van 1975 tot 1982 aan de UvA en van 1989 tot 1992 aan de RUL. Sinds 1995 geeft hij vertalen Russisch-Nederlands bij ITV in Utrecht. Hij begon zijn loopbaan als vertaler met enkele Servische, Bosnische en Kroatische auteurs (o.a. Danilo Kis, Dubravka Ugresic, Dzevad Karahasan), daarna kwamen er schrijvers bij uit Rusland (Viktorija Tokareva), Slovenië (Drago Jancar, Lojze Kovacic) en uit het Albanese taalgebied (Ismail Kadare, Rexhep Qosja, Xhevair Spahiu).

Anne Stoffel (1946) studeerde Russisch, Tsjechisch en dramaturgie aan de UvA en volgde een zomercursus voor leraren Russisch in Moskou. Zij vertaalde proza, poëzie, toneel en brieven van onder meer Anton Tsjechov, Marina Tsvetajeva, Vladimir Nabokov, Vasili Grossman, Dmitri Sjostakovitsj, Boris Ryzji. Een van haar vertalingen werd in 1997 genomineerd voor de Europese Aristeionprijs; in 2005 ontving zij de Aleida Schotprijs.

Nederlands

Liesbeth van Nes (1954) deed gymnasium alfa, studeerde aan de UvA af bij Anthony Mertens in de Nederlandse Taal en Letteren, gaf 24 jaar met veel plezier les in het voortgezet onderwijs, herinnerde zich al die jaren de wijze grammaticalessen van haar leraar Nederlands, deed er ruim tien jaar over voor ze zich het vertaalplezier van het gymnasium weer te binnen bracht, toog in 1991 aan de slag voor uitgeverij Perdu, koos Frans als brontaal omdat ze universitair bijvak Frans had gedaan, vertaalde Jarry's Faustroll en daarna nog een hele sleep boeken in de marge van haar lespraktijk, tot ze in 2004 fulltime vertaalster werd en het lesgeven alleen in de avonduren bleef doen. Voor haar vertaling van April in Parijs van de Oostenrijker Michael Wallner kreeg ze in 2008 een prijs van de eu-regio Aachen. Het was haar eerste vertaling uit het Duits. Haar laatst verschenen vertalingen zijn Reis naar het verleden van Stefan Zweig en Zo gemakkelijk kom je niet van boeken af, een serie in het Frans gevoerde gesprekken tussen Jean-Claude Carrière en Umberto Eco.