methode

De didactische aanpak van de Vertalersvakschool is zuiver ambachtelijk. De school is opgericht door de literair vertalers zelf, die de expertise van hun generatie willen doorgeven aan een nieuwe lichting. De school heeft geen eigen vertaalopvatting of -poëtica. Daarom krijgt elke cursist te maken met meerdere docenten (in de opleiding zes of meer) die allemaal hun eigen vertaalopvatting meebrengen. De cursist ontwikkelt gaandeweg een eigen vertaalopvatting en wordt in dat traject begeleid door de docenten.

Er wordt vooral veel vertaald in de opleiding en de cursussen. Je kunt rekenen op een tekst van tussen de 500 en 1000 woorden per week. Het genre van de teksten wisselt ook. Literaire non-fictie, poëzie, toneel, essays, het komt allemaal in meer of mindere mate aan bod.

Door de variatie en de feedback ontdek je waar je sterke en zwakke punten liggen. Bovendien schrijf je elk jaar een zelfevaluatie waarin je de balans opmaakt. Leren vertalen is een langzaam proces dat pieken en dalen kent. Op het moment dat je denkt het nu aardig in de vingers te hebben, kun je geconfronteerd worden met een genre of auteur waar je geen raad mee weet. Dat zijn de leermomenten en zo vergaar je gaandeweg de ambachtelijke vaardigheden waarmee je kunt beginnen als allround vertaler.