is geboren in Haarlem. Hij studeerde Duits, Engels en Filosofie in Lausanne, München en Basel. Was leraar Duits in Zwitserland en lector voor Nederlands aan de Universiteit van Basel. Begon in 1989 als literaire tweerichtingsvertaler. Ontving voor zijn vertalingen uit het Nederlands een DAAD-stipendium in Berlijn (1996-’97) en een stipendium van de Hermann Hessse-Stiftung in Calw. Hij maakte tweetalige bloemlezingen van o.a. Martinus Nijhoff, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar, Leonard Nolens en Tsjêbbe Hettinga. In het Nederlands vertaalde hij Goethes complete Faust en werk van o.a. Wilhelm Raabe, Raoul Schrott en Ingo Schulze. Hij heeft een bijzondere voorliefde voor poëzie en middeleeuwse literatuur (Chanson de Roland, l’Histoire du Graal, Reynaert de Vos) en een zwak voor ten onrechte vergeten teksten zoals de Jobsiade.
Archives: Docenten
-

Eugenie Schoolderman
Eugenie Schoolderman studeerde Vertaalwetenschap Frans en Spaans aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds haar afstuderen vertaalt ze Spaanse literatuur en werkte daarnaast jarenlang als ondertitelaar bij RTL Nieuws. Sinds de oprichting van de VertalersVakschool in Amsterdam geeft ze daar geregeld vertaalworkshops Spaans-Nederlands. Ze vertaalde onder andere Pedro Zarraluki, Álvaro Pombo, Samanta Schweblin, Mario Vargas Llosa, Luis Landero, Guillermo Arriaga, Ariana Harwicz en bijna het gehele oeuvre van Rafael Chirbes.
-

Wil Boesten
is een vertaalautodidact, hij werd opgeleid als leraar Nederlands, het Duits leerde hij via de spreekwoordelijke paplepel. Zijn eerste vertaling (1987) bleef liggen wegens dubbeluitgave, waarna hij zich van een kleine uitgeverij mocht wagen aan een bundel verhalen van Kafka. Een goede leerschool vormden de tientallen kunstmonografieën die hij ook vertaalde. Halverwege de jaren ’90 kwam de vertalersloopbaan in een stroomversnelling en volgden mooie auteurs als Markus Werner, Hugo Loetscher, Joseph Roth, Rudolf Lorenzen, Ernst Jünger en anderen. Hij heeft toen ervaren hoe stimulerend en bevorderend workshops en feedback van collega’s kunnen zijn. Voorlopig hoogtepunt was de vertaling van Albert Vigoleis Thelens Die Insel des zweiten Gesichts (2004), die erg veel positieve aandacht kreeg. In 2007 schreef hij de roman Spiltijd, in 2011 gevolgd door Tot de regen komt.
-

José Rijnaarts
Josephine/ José Rijnaarts (ze vertaalt onder beide namen) leerde het vak aan het Amsterdamse Instituut voor Vertaalkunde (Frans, Engels) en studeerde daarna Franse en Duitse taal- en letterkunde aan de UVA. Ze vertaalde aanvankelijk uit het Frans, Engels en Duits, sinds 2008 hoofdzakelijk uit het Duits en incidenteel uit het Frans. Ze vertaalde werk van Donald Antrim, John Banville, Lydie Salvayre, Ilija Trojanow, Heinrich Mann, Eugen Ruge, Esther Kinsky en vele anderen. Voor haar vertaling van Rummelplatz van Werner Bräunig werd ze in 2015 genomineerd voor de Filter Vertaalprijs, met de romans Tijl van Daniel Kehlmann en Wedervaring van Bodo Kirchhoff stond ze in 2018, en met Langs de rivier van Esther Kinsky in 2021 op de shortlist van de Europese Literatuurprijs. In 2021 kreeg ze voor haar hele oeuvre de Letterenfonds Vertaalprijs.
-

Adri Boon
studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Het lezen en vertalen van literatuur was een vroege en blijvende liefde. Tijdens zijn lange verblijf op het Iberische schiereiland bekwaamde hij zich ook in het Catalaans en het Portugees. Uit deze laatste taal vertaalde hij werk van o.a. Eça de Queiroz. Van diens Spaanse evenknie Benito Pérez Galdós tekende hij voor de Nederlandse editie van Fortunata y Jacinta. Van de Catalaanse koelag Josep Pla vertaalde hij Het grijze schrift. Binnenkort zal zijn versie van Joan Sales’ Ongewisse glorie verschijnen.
-

Gerrit Bussink
heeft in Amsterdam germanistiek gestudeerd. Vervolgens was hij afwisselend fulltime en parttime werkzaam als docent, literatuurcriticus, uitgever en redacteur bij radio en televisie. Sinds ruim tien jaar werkt hij nu fulltime als freelance literair vertaler. Hij heeft meer dan honderd literaire vertalingen van overwegend moderne Duitstalige literatuur gepubliceerd, waaronder romans van Uwe Timm, Peter Handke, Erich Hackl, Thomas Bernhard, Jurek Becker, Hans Magnus Enzensberger, Friedrich Dürrenmatt, Karen Duve, Thomas Glavinic, Peter Stamm en Wilhelm Genazino.
-

Jos den Bekker
volgde de vertalersopleiding aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. Daarna studeerde hij Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft uit het Spaans onder andere boeken van Héctor Abad, Evelio Rosero en Javier Cercas vertaald.
-

Kiki Coumans
Kiki Coumans studeerde Franse en Nederlandse Letterkunde in Amsterdam en in Parijs. Ze vertaalt proza en poëzie uit het Frans. Ze vertaalde o.a. werk van Colette, Baudelaire, Apollinaire, Jean Genet en Marguerite Duras. Daarnaast is ze redacteur van poëzietijdschrift Awater en schrijft ze regelmatig over literatuur en vertalen.
-

Marthe Elzinga
studeerde Franse taal en letterkunde in Utrecht en Straatsburg, en vergelijkende literatuurwetenschap in Princeton, waar hij ook korte tijd doceerde. Uit onvrede met de academische benadering legde hij zich in de jaren negentig toe op het vertalen en introduceren van literair werk, voornamelijk romans en poëzie uit het Frans, Duits en Engels, met uitstapjes naar het Retoromaans (Leo Tuor) en het Maltees (Adrian Grima). In 2000 ontving hij het Charlotte Köhler-stipendium voor zijn poëzievertalingen. Recente publicaties: Robert Gray: Grasschrift (Meulenhoff 2007); Patrick Modiano: In het café van de verloren jeugd (Querido 2008);Jan Owen: De kus (Azul Press, 2010, i.s.m. Jabik Veenbaas); Victor Segalen: Brieven uit China (Arbeiderspers 2010, i.s.m. Mark Leenhouts).
