Frans

Er bestaat in Nederland een lange vertaaltraditie uit het Frans. Het niveau van de vertalers Frans is zeer hoog, net als het niveau van de literatuur die zij vertalen. Er wordt weinig frivole lectuur uitgegeven die oorspronkelijk in het Frans is geschreven.

Onze docenten Frans zijn onder andere Anneke Alderlieste (Roger Martin du Gard), Rokus Hofstede (Proust), Marijke Arijs (Nothomb), Maarten Elzinga (Modiano) en Martine Woudt (Blas de Roblès). Incidentele ateliers de traduction worden verzorgd door bekroonde vertalers als Marianne Kaas (Jean-Philippe Toussaint), Kiki Coumans (Vian) en Hans van Pinxteren (Montaigne, Balzac). Op de docentenpagina kun je nader met hen kennismaken.

Frans wordt bij de Vertalersvakschool meestal als tweejarige opleiding aangeboden, maar het komt ook voor dat er geen volledige eerstejaarsgroep kan worden gevormd. Als er het jaar daarop wel weer een eerste jaar van start gaat, krijg je voorrang bij de inschrijving.

Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van De Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

In het tweede jaar wordt de focus op langere vertalingen gelegd. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
De kosten voor de opleiding bedragen 2750 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2020-2021.