Month: February 2016

  • Duits

    Sinds de oprichting van de school bieden we Duits als tweejarige opleiding. De groepen zijn meestal relatief klein, maar de betrokkenheid en inzet zijn enorm groot. In het literaire landschap nemen vertalingen uit het Duits een bijzondere plaats in. Er wordt vooral hoogliterair werk uitgegeven. Minder hoogwaardig werk wordt slechts sporadisch vertaald. Wel is er veel vraag naar uit het Duits vertaalde non-fictie. De laatste jaren is de Duitse literatuur in Nederland weer in opkomst, na een periode van geringere aandacht. De aanwezigheid van Nederland en Vlaanderen als Schwerpunkt op de Frankfurter Buchmesse 2016 zal daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.

    De docenten behoren tot de kopgroep van de literair vertalers Duits in Nederland en Vlaanderen: Elly Schippers, Ard Posthuma, Gerrit Bussink, José Rijnaarts, Els Snick, Wil Boesten en Robert Starke. Op de docentenpagina kun je nader kennismaken. Een aantal alumni van de opleiding Duits zijn inmiddels vaste waardes voor uitgevers. Anne Folkertsma, Jantsje Post, Luciënne Pruijs en Janneke Panders zijn bekende namen geworden.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van de Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar op langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen.  Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Duits zijn:

     

  • Engels

    Engels wordt bij de Vertalersvakschool elk jaar aangeboden, vaak starten er in een jaar zelfs meerdere groepen. Dat is niet verwonderlijk, want het grootste deel van de vertalingen zijn nu eenmaal uit het Engels. Uitgevers kijken vaak het eerst naar Engelstalige literatuur voor hun fondsen en ook bij het Letterenfonds gaat het merendeel van de werkbeurzen naar vertalingen uit het Engels.

    De docenten zijn zonder uitzondering geroutineerd en gelauwerd. Namen als Niek Miedema, Rien Verhoef, Peter Bergsma, Auke Leistra, Paul Bruijn, Nicolette Hoekmeijer en Tjadine Stheeman ken je van David Mitchell, Ian McEwan, John Coetzee, Bill Bryson, Marisha Pessl, Edward St. Aubyn en Yann Martel. Op de docentenpagina kun je met hen kennismaken. Alumni van de opleiding Engels krijgen opdrachten in alle genres, van hoogliterair tot chicklit. Op de alumnipagina stellen zij zich voor.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van de Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Engels zijn:

  • Frans

    Er bestaat in Nederland een lange vertaaltraditie uit het Frans. Het niveau van de vertalers Frans is zeer hoog, net als het niveau van de literatuur die zij vertalen. Er wordt weinig frivole lectuur uitgegeven die oorspronkelijk in het Frans is geschreven.

    Onze docenten Frans zijn onder andere Anneke Alderlieste (Roger Martin du Gard), Rokus Hofstede (Proust), Marijke Arijs (Nothomb), Maarten Elzinga (Modiano) en Martine Woudt (Blas de Roblès). Incidentele ateliers de traduction worden verzorgd door bekroonde vertalers als Marianne Kaas (Jean-Philippe Toussaint), Kiki Coumans (Vian) en Hans van Pinxteren (Montaigne, Balzac). Op de docentenpagina kun je nader met hen kennismaken.

    Frans wordt bij de Vertalersvakschool meestal als tweejarige opleiding aangeboden, maar het komt ook voor dat er geen volledige eerstejaarsgroep kan worden gevormd. Als er het jaar daarop wel weer een eerste jaar van start gaat, krijg je voorrang bij de inschrijving.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van De Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Frans zijn:

  • Italiaans

    Van Petrarca tot Ammaniti, van Ariosto tot Dario Fo, de Italiaanse literatuur heeft de Nederlandse lezer veel te bieden. Toch is het aanbod in de boekhandel relatief klein, op enkele bestsellers na. De vertaler Italiaans moet uitgevers daarom overtuigen van de waarde van auteurs. Meer dan bij andere talen is de vertaler een ambassadeur van zijn of haar literatuur.

    Een kleine groep vertalers vervult die ambassadeursfunctie al jarenlang met verve. Yond Boeke, Frans Denissen, Patty Krone, Manon Smits en Pietha de Voogd hebben ons auteurs gebracht als Manzoni, Eco, Boccaccio, Calvino, Tomasi di Lampedusa, Alessandro Baricco en Pavese. En ze zijn allemaal als docent verbonden aan de Vertalersvakschool.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van De Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Italiaans zijn:

  • Hallo wereld.

    Welkom bij WordPress. Dit is je eerste bericht. Pas het aan of verwijder het en start met bloggen.

  • Pools

    Met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds kunnen we jaarlijks een korte cursus literair vertalen uit een ‘kleine’ taal aanbieden.

    De cursus Pools-Nederlands die in 2014/2015 is gegeven telde acht workshops en werd geleid door Karol Lesman, vertaler van een enorme lijst Poolse romans. Recentelijk verscheen zijn vertaling van de monumentale roman De pop van Boleslaw Prus.

    karol-lesman

    Als je belangstelling hebt voor een korte cursus Pools, laat het ons weten. Zodra er weer een groepje kan worden gevormd, kunnen we een cursus of online-cursus organiseren.

  • Tsjechisch

    Met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds kunnen we jaarlijks een korte cursus literair vertalen uit een ‘kleine’ taal aanbieden.

    De cursus Tsjechisch-Nederlands die in 2015/2016 is gegeven telde acht workshops en werd geleid door vertaler Edgar de Bruin. De onderdelen poëzie en vertaaltheorie werden verzorgd door Eric Metz.

    bruin_edgar

    Als je belangstelling hebt voor een korte cursus Tsjechisch, laat het ons weten. Zodra er weer een groepje kan worden gevormd, kunnen we een cursus of online-cursus organiseren.

  • Nederlands

    Er wordt vaak beweerd dat een vertaler alleen maar naar zijn moedertaal kan vertalen. Toch zijn er vertalers die in de praktijk het voorbeeld geven dat het ook anders kan. Maar aangezien we op de Vertalersvakschool vrijwel alleen naar het Nederlands vertalen is de aanwezigheid van het vak in de opleiding van cruciaal belang. Als je in de brontaal kunt onderscheiden in welk register een personage zich uitdrukt, moet je ook in de doeltaal (Nederlands) soepel van het ene naar het andere register kunnen schakelen. Als je in de brontaal kunt zien dat de auteur zich niet dubbelzinnig of wazig uitdrukt, moet je in de doeltaal onbedoelde dubbelzinnigheden en vaagheden weten te vermijden.

    Een vertaler dient twee heren, eerst de buitenlandse auteur, en als je die volledig tot zijn recht hebt laten komen, is het de beurt aan de Nederlandse lezer. Je maakt van je vertaling een Nederlandse tekst, zoals Frans Denissen zei in zijn dankwoord bij de toekenning van de Martinus Nijhoffprijs.

    Een vertaler moet dus veel Nederlands lezen om zich diverse stijlen eigen te maken. Je moet ze niet alleen kunnen herkennen, maar ook bewust toe kunnen passen. Een vertaler bouwt aan een steeds grotere woordenschat en weten in welke situatie welk synoniem past. Je moet glasheldere zinnen kunnen bouwen, maar ook zinnen die eerder iets suggereren. Je moet stijlfiguren kunnen weergeven, passende beeldspraken kunnen bedenken, gevoel ontwikkelen voor het ritme in een zin.

    Daarbij natuurlijk foutloos Nederlands kunnen schrijven. Want een uitgever heeft het liefst een vertaler waar niet veel meer aan te sleutelen valt.

    De Vertalersvakschool biedt een programma Nederlands met veel aandacht voor lezen, stijl imiteren, schrijven, spellen (met aandacht voor punten waar vertalers op moeten letten) en zinsopbouw. Daarnaast komen actuele kwesties aan bod en ook zaken die cursisten aan de orde willen stellen.

  • Russisch

    Russisch is geen toegankelijke taal. Misschien beheersen daarom slechts weinigen het Russisch voldoende (passief) om een literair werk te kunnen vertalen. Ook bieden er in Nederland maar weinig instellingen Russisch aan op hoog niveau. De belangstelling voor de Russische literatuur is daarentegen onverminderd groot. Zo wordt de Russische Bibliotheek van Van Oorschot voortdurend uitgebreid en worden veel titels zelfs al hervertaald.

    Vertalersvakschool biedt Russisch als tweejarige opleiding aan, maar het komt regelmatig voor dat er geen volledige eerstejaarsgroep kan worden gevormd.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van De Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Russisch zijn:

  • Spaans

    Vraag en aanbod van literaire vertalingen uit het Spaans zijn nogal wisselend. De Spaanse literaire thriller is een tijd in zwang geweest en een aantal schrijvers wordt regelmatig of zelfs altijd (Marías) vertaald. Maar de periode van de Latijns-Amerikaanse boom ligt inmiddels ver achter ons en in de boekhandel is het aantal vertalingen uit het Spaans tegenwoordig relatief klein, ten opzichte van het enorme Spaanse taalgebied. Het kan niet lang duren voordat de Spaanstalige literatuur weer in de schijnwerpers komt te staan. Vertalers spelen daarin een belangrijke rol. Als pleitbezorgers van de cultuur en literatuur zijn het de vertalers die uitgevers en literaire tijdschriften kunnen overtuigen van de kwaliteit van ‘hun’ auteurs.

    Onze docenten Spaans zijn Jos den Bekker, Adri Boon, Brigitte Coopmans, Mariolein Sabarte, Trijne Vermunt en Eugenie Schoolderman. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het grootste deel van de vertalingen uit het Spaans, waaronder werk van Javier Cercas, Pérez Galdós, Cortázar, Vargas Llosa en Rafael Chirbes. Op de docentenpagina kun je nader met hen kennismaken.

    Nadat de student in de korte cursus zijn talent heeft getoetst en de eindvertaling positief is beoordeeld, begint de tweejarige opleiding. Het eerste jaar bestaat uit intensieve werkgroepen in het prachtige gebouw van De Nieuwe School in Amsterdam. In het eerste trimester zijn er acht fysieke workshops. Het tweede en derde trimester bestaan uit telkens vijf fysieke workshops, aangevuld met gerichte lees- en schrijfopdrachten. Toegang tot het laatste jaar hangt af van de beoordeling van de eindvertaling.

    Elk trimester krijg je te maken met een andere docent, die een eigen vertaalpoëtica meebrengt. In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met die docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per week vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig. Naast de workshops zijn er online mini-symposia. Tijdens de online mini-symposia wordt plenair gewerkt, met andere talen. Er zijn dan webinars en workshops over vertaaltheorie, verschillende literaire genres, stilistiek, het boekenvak of de financiële aspecten van het vertalen, altijd verzorgd door specialisten uit de praktijk.

    In het tweede jaar verschuift de focus naar langere vertalingen. Dit vereist meer tijd tussen de workshops en een andere vorm van begeleiding. Dit laatste jaar van de opleiding bestaat daarom uit een mix van werkgroepen en mentoraat. In de eerste twee trimesters zijn er telkens vier fysieke workshops. Daarnaast krijgen alle studenten per trimester twee uur begeleiding via Zoom, waarin ze de docent vragen kunnen stellen en vertaalkwesties kunnen voorleggen. Het derde trimester besteedt de student aan de eindvertaling. Er zijn twee fysieke ateliers in groep en voor elke student twee individuele online sessies met de begeleider van de eindvertaling. Studenten kiezen zelf de tekst voor de eindvertaling en sorteren dus voor op een mogelijk specialisme.
    De kosten voor de opleiding bedragen 2250 euro per studiejaar. Dit is het bedrag voor 2021-2022.

    De docenten Spaans zijn: